Categoriearchief: Interviews

Nog nooit op zo’n grote schaal en als landelijk initiatief. We doen ons beste best.

‘Ik zou het mooi vinden als we straks 25 samenwerkingsverbanden in beeld hebben gebracht, op weg hebben geholpen en hen kunnen helpen om de samenwerking voort te zetten. Dat het duurzaam is. Voor zorgverzekeraars, verzekerden en samenwerkingsverbanden. Dat we als zorgverzekeraars samenwerkingsverbanden positief kunnen enthousiasmeren.’ Frits van Trigt is projectleider Programmalijn A voor het Programma Organisatiegraad.

‘Het is mijn missie om zorgverleners te bewegen tot samenwerking en ze de meerwaarde van die samenwerking te laten ervaren. Daarvoor neem ik mijn ervaring mee, bijvoorbeeld vanuit het Koninklijk Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) en Fysiogroep Haaglanden. Bij Haaglanden zag ik hoeveel waarde samenwerken kan hebben. Hoe het mensen – in dit geval fysiotherapeuten – plezier kan geven, ook al staan ze er in het begin misschien aarzelend tegenover. We kunnen veel bereiken met het Programma Organisatiegraad. In Programmalijn A inventariseren we de regio’s, organiseren we dialoogsessies, creëren we regiobeelden en het Platform Samen sterk in de regio.’

Waar staat het programma nu?
‘De regiobeelden maakten we samen met BeBright. Ze zijn echt nieuw en substantieel anders dan de beelden die we de afgelopen 25 jaar hadden. Toen bestonden er alleen regiobeelden van de zorg die werd vergoed vanuit de zorgverzekeringswet, met open data. Maar die waren niet goed toepasbaar voor de paramedie.

Dankzij de regiobeelden krijgen samenwerkingsverbanden een beeld van de behoeften binnen de regio. Ze zien waar kansen liggen: qua populatie of mogelijkheden tot samenwerking. Misschien wist je eerder al ergens in de kantlijn dat er bij bijvoorbeeld de logopedie of ergotherapie iets speelde. We delen de regiobeelden, maar spreken niet alleen over inhoud. We bespreken ook met elkaar waar je tegenaan loopt en hoe je werkt aan het samenstellen en verder ontwikkelen van een samenwerkingsverband.’

Op welke manier kan het programma handvatten bieden?
We hebben meer dan een half jaar tijd uitgetrokken per deelnemende regio. Met het team van het programma, BeBright en de ROS-organisaties kunnen we helpen bij het organiseren. Zo is het programma opgebouwd. We hebben de tijd om awareness te laten groeien, met reflectiemomenten voor die zorgverleners, om zich af te vragen: waar doen we het voor?

Zorgverleners richten zich snel op de inhoud als het gaat om samenwerken. Ik denk dat de organisatie van het samenwerken zelf ook belangrijk is en zie dat er een slag wordt gemaakt. Dat komt door het programma. Je leert van elkaar. Je leert in te zien dat je in het begin intuïtief samenwerkt en dat nu meer structuur kunt geven.

Ik woon af en toe een dialoogsessie bij en dan zie ik verwondering. ‘Oh, wij zijn ook bezig. Zijn jullie daar al? Zijn jullie met zoveel? Zijn jullie daarmee bezig? Dat willen wij ook, maar we weten nog niet precies hoe.’ Dat soort verwondering vind ik mooi. Zo leer je van elkaar.’

Ben je tevreden?
Ik moet echt zeggen: het gaat goed. Ik denk dat we straks in de eerste helft van 2023 in goed contact staan met 25 samenwerkingsverbanden. Dat die weten wat er in hun regio speelt wat de zorg betreft, dat die zorg breder is dan alleen de paramedie.’    

Wat gaat er minder goed?
Dat kan ik pas over vijf jaar zeggen. Dit is een volledig nieuw traject. Er is echt nog nooit op zo’n grote schaal en vanuit een landelijk initiatief ondersteuning geboden – of belang gehecht – aan samenwerking. Voorheen keken we naar de zorgsoort of keken we binnen een regio steeds opnieuw naar wat we kunnen doen. Deze opzet, met zo’n lange doorlooptijd, is volledig nieuw. Voor alle betrokkenen. Misschien zou je dingen soms sneller willen, maar dat kan niet altijd. Het draagvlak voor de organisatie van samenwerken verschilt per regio. Eigenlijk is deze hele exercitie, die begon bij de bestuurlijke afspraken, een nieuw begin.

Wat ik wel weet, en dat is een belangrijke kant van dit verhaal, is dat iedereen in het programma zijn stinkende best doet, met de juiste intentie. Iedereen is dedicated, bevlogen en wil het programma laten slagen. We doen ons beste best.

Op welke manier doe jij je stinkende best?
Ik haak de zorgverzekeraars aan die eerder aan de zijlijn meeluisterden. Ik praat ze bij en vertel samenwerkingsverbanden wat de zorgverzekeraars kunnen bieden. Zorgverleners zijn betrokken.

Ten slotte, wat is je advies?
We kunnen altijd van elkaar leren, hoe tegenovergesteld je misschien ook denkt.

Frits van Trigt is vanaf het begin, januari 2021, betrokken bij het Programma Organisatiegraad. Hij vertegenwoordigt Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en is projectleider van Programmalijn : Inspiratie en Inzicht. Frits heeft als fysiotherapeut in achtergrond in de fysiotherapie en werkt op dit moment als zorgexpert paramedie bij Menzis.

Als we met z’n allen laten zien dat samenwerken effect heeft, dan laten we meteen zien wat de voordelen zijn.

Anne van Dam is ergotherapeut, praktijkeigenaar van Ergotherapie van Dam en, samen met zeven bestuursleden, voorzitter van samenwerkingsverband PPN Meierijstad. Het samenwerkingsverband deed mee tijdens de pilotsessies van Organisatiegraad en Anne is kernteamlid voor de regio Meierijstad.

Hoe begon PPN Meierijstad?
‘We begonnen, eigenlijk op initiatief van de ROS, met een klein groepje waarin alle disciplines vertegenwoordigd waren. En nu staat het. We zijn breed vertegenwoordigd met een diëtist, fysiotherapeut, oefentherapeuten, een logopedist, twee ergotherapeuten en een huidtherapeut. We zijn een vaste groep met mooie plannen voor de toekomst. Dat is heel mooi. Maar in het begin was het nog wel eens lastig.’

Hoe kwam dat, dat het lastig was?
‘Eigenlijk was het niet onze eigen hulpvraag, de ROS vroeg ons. En dan is het nog best lastig om mensen in te laten zien wat het belang is van samenwerken en de tijd die je steekt in die samenwerking. Veel bestaande samenwerkingen zijn diagnosegroepen, dat is meteen een stuk praktischer. Dit is grootser en gaat om algemene samenwerking. Het is op korte termijn minder vatbaar wat op de lange termijn de voordelen zijn.’

Hoe kwam het goed?
‘Een aantal enthousiastelingen en de begeleiding. Als enthousiastelingen werden we aan de hand genomen als we dreigden af te dwalen.’

Wat leerden jullie?
‘In de eerste plaats: hoe je een samenwerking opzet, waar je moet beginnen. Dat je bijvoorbeeld per discipline je achterban eerst in kaart moet brengen. Wie werken er eigenlijk in de regio en hoe kun je die mensen bij elkaar brengen? En, vervolgens, wat de grote lijnen zijn. Wat VWS wil en de tendens is in het land. Als je aan het behandelen bent, dan ben je daar niet zo van op de hoogte. Dus dat moet je leren. En ten slotte, ook belangrijk, hoe organiseer je een multidisciplinaire bijeenkomst?’  

Wat hebben jullie al bereikt?
‘We kregen een tip. De huisartsengroep in de regio begon met een project op het gebied van wijkgericht werken in de ouderenzorg. We kregen de tip: zij zijn ermee bezig. En toen hebben we ze benaderd. Anders was dat nooit zo gebeurd.’

Maar er is ook een monodisciplinair voorbeeld. ‘Ook als ergotherapeuten kwamen we bij elkaar. We bespraken wat goed gaat en waar we elkaars hulp nodig hebben. We besloten de handen ineen te slaan richting de gemeente. Een paar afgevaardigden zochten contact met de gemeente en dat heeft zijn vruchten afgeworpen. Zonder samenwerking blijft het heel beperkt. Met een kleinere groep lukte het niet om in gesprek met de gemeente te gaan. Nu lukte het wel. Als je het samen doet dan lukt het.’

Wat zijn jullie volgende stappen?
‘We hebben onlangs een enquête gedaan onder leden, over onze meetings. We wilden ook weten wat zíj willen bereiken met de samenwerking. Er kwamen veel goede dingen uit, bijvoorbeeld de werkgroepen. We gaan werkgroepen oprichten voor bijvoorbeeld communicatie, inwoners (hoe betrek je inwoners?) en organisatie. Iedereen kan zo een steentje bijdragen op een vlak dat hij of zij interessant vindt. En we willen in het najaar een gezamenlijke dag organiseren voor PPN Meierijstad. Dat is dan iets voor de werkgroep organisatie.’  

Wat kan het programma Organisatiegraad voor jullie doen?
‘We willen graag dat al onze leden zich aanmelden voor het platform, zodat we voortaan alle communicatie via het platform kunnen doen. In plaats van bijvoorbeeld via de mail. Dat het platform de plek wordt waar alles samenkomt en ook onze community wordt. Het bestuur is enthousiast over het platform. Op het platform kunnen verschillende regio’s hun ervaring delen. Bijvoorbeeld door er nieuwsbrieven op te zetten. Als ik weet dat iets ergens anders goed werkt, dan wil ik dat graag weten. Dan hoef ik het wiel niet zelf uit te vinden. Deel die nieuwsbrieven op het platform.  

En natuurlijk een structurele financiële vergoeding voor de besturen van samenwerkingsverbanden. Iets waarvan je weet dat je er meerdere jaren iets aan hebt.’

Welke tips heb je voor andere samenwerkingsverbanden?
‘Breng je achterban snel kaart betrek ze erbij, samen kun je beter organiseren. Wij bleven te lang met een klein groepje. En deel nieuws, houd mensen op de hoogte van alle ontwikkelingen. Ten slotte, als  mensen er negatiever instaan, zo van: het is in de avond en ik krijg er niet voor betaald. Blijf daar niet in hangen. Als we met z’n allen laten zien dat de samenwerking effect heeft dan zien we allemaal het voordeel ook vanzelf. Als je blijft hangen, dan komt er niets tot stand en daar wordt de kwaliteit van zorg ook niet beter van.’

Meld je aan voor het Platform Samen sterk in de regio en bekijk de video van ons programma! https://www.organisatiegraad.nl/aanmelden-platform/

https://www.organisatiegraad.nl/aanmelden-platform/

‘Allemaal hetzelfde doel, nu moeten we elkaar vinden’

Het Paramedisch Platform Zuid Kennemerland (PP-ZK)

In 2020 begon het PP-ZK met de vraag: hoe kunnen we als paramedici samenwerken en aan de tafel komen in de regio? Eerst was het zoeken. In de samenwerking werk je aan onderwerpen die niets met behandelingen te maken hebben. Het PP-ZK keek daarom eerst naar dat wat paramedici bond. Naar hoe ze konden samenwerken. Gaandeweg kreeg het platform steeds verder vorm. De kartrekkers werkten anderhalf jaar aan het platform. In die periode zijn de monodisciplinaire beroepsgroepen zich gaan organiseren. De ene groep is al heel ver en de ander staat nog aan het begin. Want het kost tijd om elkaar te vinden en daarna samen een officiële gesprekspartner te worden voor stakeholders in de regio.

Het platform nu
Op dit moment wordt het platform geformaliseerd. Eind januari zaten de kartrekkers met de notaris om tafel en binnenkort worden de handtekeningen gezet. Doel voor het eerste kwartaal van 2022 is om te komen tot een officiële coöperatie, met een vast bestuur van actieve leden uit de betrokken disciplines. Intussen wordt er gewerkt aan de inhoud en worden er gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders in de regio. In het bestuur en de kerngroep van PP-ZK staan de neuzen dezelfde kant op. Maar de achterban is belangrijk en nog erg verschillend.

De volgende stappen
Zilveren Kruis, de  huisartsen-coöperatie, Het Spaarne Gasthuis en de gemeente zijn de volgende stakeholders waar contact mee gelegd wordt. Tegelijkertijd wordt er gewerkt aan een krachtig aanbod voor leden. Daarbij kan aan scholing gedacht worden. Maar ook aan de ontwikkeling van multidisciplinaire zorgpaden. Het platform krijgt de functie van een paraplu en zorgt voor samenhang en verbinding.

Het programma Organisatiegraad
De bijeenkomsten van het programma gaven inzicht en duidelijkheid over de zorg binnen de regio. Paramedici werden geprikkeld om mee te doen. Het programma kan praktijken die nog niet samenwerken, bijvoorbeeld kleinere praktijken die er baat bij hebben zich te verenigen, betrekken.

De wens van het PP-ZK is dat personen die de kar trekken van een regionale eerstelijns zorgorganisatie hiervoor correct bekostigd worden. In andere settings is dat volgens het bestuur en kernteam van het PP-ZK al vanzelfsprekend en voor de  paramedici niet. Dat dient permanent veranderd te worden, zo meent PP-ZK. PP-ZK: ‘Een goede organisatie blijft bestaan door goed bestuur en leiderschap. Dat kost geld maar verdient zich eenvoudig terug’.

Met dank aan Saskia van Bockel en Franka Fels.

Links:

Programmamanager Gijs van Lieshout. Zo sta je sterker.

Gijs van Lieshout: ‘Met een gemandateerde afvaardiging van paramedici in de regio sta je sterker’

‘Organisatiegraad’ is een belangrijk thema van de Bestuurlijke Afspraken Paramedische Zorg 2019-2022. Het doel van ‘organisatiegraad’ is dat para- medische zorgverleners meer gaan samenwerken en zo bijdragen aan de Juiste Zorg op de Juiste Plek. Het programma ‘Organisatiegraad Paramedische Zorg’ is inmiddels behoorlijk op stoom. Waar wordt aan gewerkt? En wat betekent dat voor jou als zorgverlener? Programmamanager Gijs van Lieshout vertelt.

Waarom heet het programma eigenlijk ‘Organisatiegraad Paramedische Zorg’? Organisatiegraad is een nogal abstracte term…
’Organisatiegraad is een bestuurlijke term en inderdaad niet de meest sexy benaming. Waar het om draait, is het bevorderen van de Juiste Zorg op de Juiste Plek door als paramedische zorgverleners goed samen te werken. Door een gemandateerde afvaardiging samen te stellen van de diverse paramedische beroepsgroepen in de regio, worden paramedici een sterkere gesprekspartner in het regionale overleg met andere zorgverleners en zorgverzekeraars. Het beter organiseren van de eerstelijnszorg voor degenen die zorg nodig hebben staat voorop. En ja, voor zorgverzekeraars is het van belang met bijvoorbeeld grotere partijen zaken te doen; dit levert voor elke partij schaalvoordelen op.’

Dus het doel is: samen de zorg beter vormgeven?
‘Ja, beter samenwerken is het middel waarmee we betere eerstelijnszorg willen realiseren. Wat de beste omvang is en hoe een samenwerkingsverband de meeste toegevoegde waarde kan hebben verschilt per regio. Het belangrijkste is dat we allemaal het gezamenlijke doel voor ogen houden.’

Hoe weet je met wie je moet gaan samenwerken?
‘Dat hangt af van wat er speelt in een regio. Elke regio is anders, maar voor alle regio’s geldt dat de para- medische zorg nog niet goed vertegenwoordigd is. We zijn dan ook druk bezig met het verzamelen van veel informatie om voor elke regio een helder beeld te krijgen. We willen bijvoorbeeld weten hoeveel paramedische zorgverleners er zijn, welke zorg er is en hoeveel er wordt afgenomen. Ook willen we weten wat voor soort mensen er wonen. Het maakt nogal uit of je in een krimpregio zit waar meer vergrijzing is, of in een stedelijke omgeving met meer jonge gezinnen. Belangrijk is dat iedereen van dezelfde informatie uitgaat. Alleen dan kun je je doel scherper stellen én beter inschatten wie bij je past om dat doel te bereiken en op zoek gaan naar gelijkgestemden.

Bovendien weet je dan welke kennis je nodig hebt om samen sterker te staan. Maak gebruik van ieders talent met de patiënt in het vizier!’

Hoe vertel je op een verjaardagsfeest over dit programma?
‘Ik moet altijd eerst uitleggen wat paramedici zijn: nee, géén ambulancepersoneel. Daarna vertel ik dat ik probeer om paramedici beter georganiseerd te krijgen, zodat het voor de patiënt gemakkelijker is om in één keer de juiste zorg te krijgen. Daarvoor moet je als paramedici goed van elkaar weten wat een ander doet.’

Het programma eindigt op 31 december 2022. Wat wil je dan bereikt hebben?
‘Ik ben een tevreden man als in een echt groot aantal regio’s – het doel is 25 – een duidelijke stap is gezet op het gebied van samenwerking, zoals ‘van niets tot iets’, of ‘van monodisciplinair naar multidisciplinair’. Strategie- en innovatiebureau BeBright ontwikkelde een meetlat om de vorderingen te kunnen meten. Mijn streven is dat er in elke regio een samenwerkings- verband is gerealiseerd mét mandaat. Daarvoor zijn (heldere!) samenwerkingsafspraken voldoende.’

Waar ligt jouw grootste uitdaging?
‘Voor mij als programmamanager is de grootste uitdaging om een goede afstemming te krijgen tussen de verschillende programmalijnen en verschillende uitvoerders. Dat betekent het bij elkaar brengen van ‘zakelijk en structuur’ en ‘meer organisch’. De zorg is vaak nogal organisch ingesteld en kan soms wel wat meer zakelijkheid gebruiken. Wel moet dat op de juiste manier worden gecombineerd. Dat laatste is mijn opdracht.

We hebben een goed team, een mix van mensen met een zakelijke achtergrond of een achtergrond in de zorg. We werken goed samen en geven elkaar feedback. Ik krijg bijvoorbeeld tegengas – en dat is goed – als ik te snel wil en te zakelijk praat. Wat we vanuit het programma doen, moet natuurlijk wel goed passen bij de zorgwereld. Al is een beetje een zakelijke instelling soms juist wat nodig is. Een andere uitdaging is ook wat boter bij de vis te krijgen: we willen komen tot een structurele financierings- bron zodat samenwerkingsverbanden gemakkelijker opgezet kunnen worden. Hoe is nog niet duidelijk, maar weet dat we er druk mee bezig zijn.’

Waar ben je trots op?
‘We hebben een goede methode om objectieve informatie te kunnen geven en de zorgverleners te inspireren door te laten zien wat er in de regio allemaal kan. Ook zijn er een aantal dialoogsessies met paramedici geweest die positief verliepen. Mensen zeggen dat ze er graag mee verder gaan.
Ook ben ik trots op het platform waar de mensen in de verschillende samenwerkingsverbanden kennis en ervaring kunnen uitwisselen. We gaan nog veel meer informatie op het platform zetten, zodat paramedici enthousiast blijven en als het programma afgelopen is zelf verder kunnen.’

Wil je meedoen of heb je vragen? Stuur een mail naar info@organisatiegraad.nl.

Kom je er ook bij?

Nanette Egberts (Stichting Keurmerk Fysiotherapie) en Arjan Visscher (Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie) werken namens SKF, KNGF en de fysiotherapeuten mee aan het programma. In hun dagelijks werk zijn zij steeds al betrokken bij samenwerkingsverbanden. Arjan is regioadviseur en voor het KNGF al jaren actief op het gebied van regionalisering. Nanette spreekt vanuit haar ervaring als praktijkhouder, fysiotherapeut en werk voor samenwerkingsverband FleGel ( Flevoland-Gelderland).
Arjan en Nanette vertellen in dit interview over het programma, hun eigen bijdrage en natuurlijk de dialoogsessies.


Waarom werk je mee aan het programma?
Arjan: Ik ben al negen jaar bezig met gezondheid in de wijk en regionalisering, via het KNGF. Dus het leek de collega’s wel een mooie klus voor mij. En zelf vind ik het ook een logische stap.

Nanette: Sinds januari ben ik werkzaam bij SKF en is één van mijn belangrijkste taken organisatiegraad. Wat ik belangrijk vind is dat we vanuit de paramedie heel veel kunnen betekenen in de toenemende zorgvraag, op een goedkopere manier dan in de tweede lijn. En om dat voor elkaar te krijgen moet je met elkaar samenwerken en georganiseerd zijn.

Wat is jouw doel voor het programma?
Arjan: Gedacht vanuit de fysiotherapie: dat we zichtbaar zijn voor alle partijen in de zorg én patiënten. We zijn zichtbaar, én willen ook een plek hebben aan de tafels waar de gesprekken plaatsvinden over de toekomst van de zorg. Een plek waar de huisartsen zitten, en de paramedie. Een plek waar we de zorg beter kunnen bedienen. En daarbij gaat het ook om de burger, om de patiënt, dat die de juiste zorg krijgt.
Nanette: Ik hoop dat we als fysiotherapeuten andere paramedici in een versneld tempo kunnen betrekken. Zeker ook voor complexe zorgvragen, bijvoorbeeld oncologie, COPD en nu ook COVID, waarbij de patiënt meer zorg nodig heeft dan alleen fysiotherapie. Laten we met elkaar, multidisciplinair, iets opzetten rondom die patiënt, zodat die gewoon goed geholpen wordt. Om dat voor elkaar te krijgen, ook met de huisartsen erbij, organiseer je eerst de zorg in de eerstelijn.

En wat is je persoonlijk doel?
Nanette: Verbinden. Ik hoop dat we mensen kunnen laten gaan inzien dat samenwerken, ook in dus die grotere zorgvraag, van belang is. Groter dan je eigen belang. Dat je zo zorgt voor leuker werk, je doet het met elkaar. Het programma helpt bij die verbindende factor.
Huis-en-tuin klachten kun je prima je zelf oppakken, de grotere complexere vragen doe je samen. Ik denk dat we als paramedie een mooie rol kunnen hebben richting de huisartsen, om de druk daar te verlichten. Tegelijkertijd helpen zij ons ook, door de juiste vraag bij de parademie neer te leggen. Je leert elkaars taal te spreken en daar heeft de patiënt baat bij. Ook in de samenwerking met de gemeente, voor bijvoorbeeld de GLI.

Hoe helpt het programma om die doelen te bereiken?
Arjan: Er is een grote diversiteit tussen de verschillende groepen in de paramedie. En daarom is het ook moeilijk om met verschillende partijen tot resultaten te komen. We denken wel, we hebben alles voor elkaar. Maar ondertussen zie je toch, en dat is meteen een van de doelstellingen van het programma, dat het nodig is om de partijen beter bij elkaar te brengen. Het gaat niet om samenwerken op zich, het gaat om de organisatie van die samenwerking. Daar werkt het programma aan.
Nanette: Mensen hebben nu eenmaal de neiging om terug te vallen in de eigen cocon. Hebben het al druk in de eigen praktijk, vooral nu met veel ziekte en weinig personeel. Maar: samenwerken is een werkwoord, je moet eraan werken. Als mensen dat inzien, en ook het voordeel voor hun eigen praktijk gaan zien, dan word je er enthousiast over, weet je wat het ook nog eens oplevert.

De eerste dialoogsessies met de pilotregio’s zijn net achter de rug. Wat is jullie eerste indruk?
Nanette: Het was een combinatie tussen informatie-uitwisseling en kennismaken. En enthousiasme, dat was er ook. Natuurlijk waren er kritische noten: over bekostiging of regio’s die denken: we zijn toch al goed op weg? Maar: het was vooral positief. Arjan: In het begin is er toch een afwachtende houding, want er wordt al veel georganiseerd, waarom wordt dit dan nu ook opgetuigd?
Natuurlijk stond het kennismaken voorop, naast natuurlijk de informatie van BeBright (het adviesbureau dat de dialoogsessies organiseerde). Verder waren het vier totaal verschillende sessies: van opstarten en kijken wat het programma gaat brengen tot meer inzicht in het belang van samenwerking. Wat mij opviel is: de meeste mensen kenden elkaar nog niet en maakten wel meteen vervolgafspraken.
Een mooi voorbeeld daarvan is een bijeenkomst waar ik gisteren was, bij een samenwerkingsverband. Een praktijk had een probleem met personeel en een collega zei: ‘kijk, ik ken iemand. Een zzp’er, dit is het kaartje.’ Ze hebben die vrouw direct gebeld, ter plekke. Zo kan een netwerk functioneren en helpen. Meteen werd de telefoon gepakt!
Nanette: Zo’n voorbeeld heb ik ook in de praktijk. Onze handtherapeut is met zwangerschapsverlof en op korte termijn kan ik geen tijdelijke handtherapeut vinden. Het wordt nu overgenomen door een ergotherapeut. En de complexe zorg gaat naar een praktijk uit ons samenwerkingsverband, waar wel een handtherapeut aanwezig is. Dus zo kun je elkaar ook goed helpen. Arjan: Je hoeft niet altijd te kijken naar de hoog-over dingen, juist die praktische zaken kun je óók goed met elkaar oppakken.

En wat zijn de volgende stappen?
Arjan: Met de pilot en de dialoogsessies hebben we nog maar een klein deel van de samenwerkingsverbanden bereikt. De beweging is nog onbekend. We willen het veel breder delen en vragen ‘kom je er ook bij’?

Hoe nodig je samenwerkingsverbanden uit om er ook bij te komen?
Arjan: Met die praktische voorbeelden. Houd het eenvoudig, waar leidt het organiseren van samenwerken toe? Hoe is de samenwerking georganiseerd? Werk bovendien aan een gezamenlijk aanspreekpunt, met een mandaat van de achterban. Dan bereik je de achterban beter.
Nanette: In de regio waar mijn praktijk gevestigd is komt in ieder netwerk een kaderarts vanuit de huisartsen-organisatie: voor ouderenzorg-leefstijl en oncologie, bijvoorbeeld. Die denken mee. De besturen van de huisartsen-zorggroep en paramedische zorggroepen bespreken dat dan weer met elkaar. Zo’n huisartsen-zorggroep wil niet met een hele groep therapeuten aan tafel zitten. Die wil een aanspreekpunt hebben. Therapeuten hebben er inhoudelijk ook wat aan dat er een arts bijkomt, om eens mee te praten. Iemand die vraagt: wat is voor jullie een fijne manier om mee te werken? Je moet het elkaar ook makkelijker maken. Arjan: en gunnen.

En het programma geeft die kans?
Nanette: Ja. Arjan: Het helpt om gesprekken te openen. Als er een opening is, dan kan er meer in een samenwerking. Je hoeft geen vrienden te zijn, je probeert een goede samenwerking op te zetten. Nanette: Ook als er verschillende belangen zijn.
De toolbox van de website Organisatiegraad bevat tools om je samenwerkingsverband te helpen en goed in te richten, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie . Wat zet je op je website, hoe richt je de communicatie in? Een voorbeeld is samenwerkingsverband FleGel. Daar hebben ze regio- routekaarten ontwikkeld waarin staat welke paramedici gespecialiseerd zijn in welke klacht. Die kaarten liggen bij de huisartsen en in het ziekenhuis en zijn online beschikbaar via apps. Bijvoorbeeld voor COVID-revalidatie.
Arjan: In Arnhem heb je, als het over de knie gaat, ook werkgroepen. Maar recentelijk hoor ik van een chirurg dat er geen nieuw bloed bij komt. Organisatiegraad helpt om de vaste lijnen weer open te gooien, om opnieuw te kijken wat effectief is en wat beter kan. Hoe dus de communicatie van beide kanten opgepakt kan worden.
Communicatie, dat komt steeds weer terug en is steeds meer aan de orde, maar in de regio is het niet steeds zichtbaar hoe de lijnen lopen. De regie ontbreekt vaak nog. Daarvoor is de B-lijn van het programma een mooi vervolg.

Ik ben een samenwerkingsverband en doe nog niet mee, maar dat wil ik wel. Wat doe ik nu?
Arjan: Neem vooral contact op met Nanette of met mij!
Nanette: Wat ik ten slotte nog belangrijk vind om te zeggen: Elk samenwerkingsverband kan wel hulp gebruiken. Beginnend én vergevorderd. Of het nu om een vervolgstap gaat of het tekenen van statuten. Ook bestaande, volwassen, samenwerkingsverbanden hebben nog wel eens een vraag: hoe ga ik verder? Voor elk niveau is het programma interessant. Je kunt op elk niveau geholpen worden. Dat vind ik belangrijk. Ook samenwerkingsverbanden die langer bestaan kunnen zich opgeven als één van de 25 regio’s voor de uitrol. Net zoals beginnende netwerken.’

Doe je ook mee? Meld je aan voor het Communityplatform ‘Samen sterk in de regio’ en mail naar info@organisatiegraad.nl.

Interview 17 november 2021
Babette Langbroek

Roelof Roest: Er zijn nog meer paramedici!

Roelof Roest is 41 jaar fysiotherapeut en psychosomatisch fysiotherapeut bij Fysiotherapie Mantinghcentrum Stadskanaal. Deze praktijk, en ook Roelof, is lid van de Fysio Ketenzorg Noord (FKN). Het doel van Roelof is: ‘Optimale zorg en dienstverlening voor patiënten leveren’. Welke rol kan het programma Taakgroep Organisatiegraad daarbij spelen?

Een echte effectieve samenwerking
‘Juist omdat ik geïnteresseerd ben in effectieve samenwerking en ook nieuwsgierig ben naar de ontwikkeling van deze samenwerking volg ik het programma van nabij. Het is zorgelijk om te zien hoe de (para)medische zorg in het gebied waarin ik werk mede door de zwakke economische status verslechtert. Een effectieve samenwerking tussen diverse zorgverleners kan dan een goede impuls geven.

Als ik heel eerlijk ben dan hebben wij in 2010 voor de GLI ook al een samenwerkingsverband gehad met de praktijken hier in Groningen. Het was toen nog niet zo multidisciplinair, eerder een netwerk met fysiotherapeuten. Met toen een vrij kort leven, omdat de financiële stekker eruit werd getrokken. Eén van de redenen om het  samenwerkingsverband – TOP-groep genaamd – in stand te blijven houden was om in de toekomst activiteiten zoals onderling verwijzen, terugverwijzen en overleggen weer op te pakken.

Het kan een stuk beter
Met het programma willen we verkennen hoe er in de toekomst beter samengewerkt kan worden. Want het kan een heel stuk beter. Nu komt het multidisciplinaire karakter er meer bij kijken. Binnen de FKN zijn wij vooral bezig om, samen met de diëtisten, samen de inkoop te gaan doen. De samenwerking tussen diëtisten, fysiotherapeuten en zorgverzekeraar begint nu geleidelijk vrucht te dragen. De ontwikkeling van die samenwerking is eigenlijk wel de belangrijkste reden waarom ik hierbij aanwezig ben. Ook omdat er al paramedische contacten zijn, zowel mono- als multidisciplinair.

Die contacten willen we uitbreiden, want er zijn nog meer paramedici. Op dit moment is het nog vooral een regionaal gebeuren, maar in de toekomst hopen we dat het ook een landelijk en universeel karakter zal krijgen.

Samen inkoop doen
Voor het eerst gaan we nu als paramedische groep de zorginkoop doen. Dat is spannend en erg boeiend. Het zou mooi zijn als er op termijn meer (para)medische hulpverleners aansluiten. Te  denken valt bijvoorbeeld aan logopedisten, maatschappelijk werkers en psychologen.  

De samenwerking wordt nu gestuurd vanuit de besturen van FKN, DCG en een afvaardiging van Menzis. Menzis geeft aan in de toekomst te willen onderhandelen met een keten. Dat doen ze liever dan met alleen individuele praktijken en  individuele fysiotherapeuten.

Nogmaals: ik ben erg benieuwd hoe het zich verder zal ontwikkelen en ik hoop er de ‘rijpe’ vruchten van te zien en misschien plukken voordat ik met pensioen ga!’

Doe je ook mee? Meld je aan voor het communityplatform ‘Samen sterk in de regio’ via info@organisatiegraad.nl.

Interview Babette Langbroek